KortOM: Uitgeklaard: Criminele vermogens

Nieuws

Elk jaar worden er in België duizenden vermogensbestanddelen in beslag genomen, waarvan sommige op beveiligde plaatsen bewaard en andere zo snel mogelijk doorverkocht worden. Op de vragen hoe, door wie en volgens welke principes dat dan allemaal gebeurt, geven drie vooraanstaande vertegenwoordigers van het COIV (Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring) een antwoord: directeur Walter Quirynen, verbindingsmagistraat Catherine Lambert en stafdirecteur Jochen De Geyndt.

Geld, kunstwerken, voertuigen, cryptovaluta, horloges, edelmetalen, juwelen, onroerende goederen, schepen, vliegtuigen... en zelfs dieren: de lijst van vermogensbestanddelen waarop strafrechtelijk beslag kan worden gelegd, is lang en gevarieerd. Alle vermogensbestanddelen op de lijst hebben een zekere waarde en kunnen wettelijk worden doorverkocht. Verboden wapens, drugs en namaakartikelen staan dan ook niet op de lijst.

Een beslissing tot inbeslagname wordt genomen door het parket of de onderzoeksrechter. “Alles hangt ervan af wie het onderzoek leidt”, zegt Catherine Lambert. “Vervolgens beheren wij deze goederen.” Het is hierbij de bedoeling om ze te beveiligen, zodat ze bijvoorbeeld niet kunnen worden verduisterd.

Het COIV of Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring is een federale instelling die deel uitmaakt van het Openbaar Ministerie en werd in 2003 opgericht.

“Tot dan toe werden alle in beslag genomen goederen ter griffie neergelegd”, merkt Catherine Lambert op. “Dat was echter geen geschikte procedure voor waardevolle voorwerpen, die soms verloren gingen of beschadigd raakten. We kregen dus de opdracht om die goederen zo te beheren dat hun waarde behouden bleef.”

Het COIV is gevestigd in de Regentschapsstraat, op een steenworp van het Justitiepaleis in Brussel, en telt ongeveer vijftig medewerkers. “De helft daarvan is administratief personeel en dan zijn er nog zes verbindingsofficieren van de FOD Financiën, vier politie-verbindingsofficieren, drie magistraten en tien juristen”, aldus stafdirecteur Jochen De Geyndt.

Goed om weten: geen enkele van de voornoemde waardevolle voorwerpen wordt in de kantoren van het COIV zelf bewaard. Het heeft dus geen zin om ter plaatse wat dan ook te gaan terugeisen. De plaats waar de in beslag genomen voorwerpen dan wel opgeslagen worden totdat er een beslissing tot teruggave of verbeurdverklaring is genomen, hangt af van het soort goed. In elk geval is het beheer als een goede huisvader de regel.

Concreet betekent dit dat alle goederen die hun waarde kunnen verliezen en/of waarvan de opslagkosten hoog oplopen, zo snel mogelijk worden vervreemd (verkocht), wat meestal gebeurt via de FinShops van de FOD Financiën. Een voorbeeld hiervan zijn gewone voertuigen waarvan de eigenaar vrij gemakkelijk eenzelfde model met een vergelijkbare waarde kan aanschaffen. Dit in tegenstelling tot onvervangbare auto's, zoals oldtimers, waarvan de waarde niet zal dalen en die gedurende de nodige periode zorgvuldig in garages worden gestald.

“Gewone auto's worden zo snel mogelijk verkocht”, aldus Walter Quirynen. “In een strafdossier kan het namelijk jaren duren voordat er - vaak in hoger beroep - een uitspraak wordt gedaan. Wat zijn die voertuigen na al die tijd nog waard? En dan hebben we het nog niet over de kosten van de bewaking ervan tijdens die periode. Ze worden dus verkocht en de opbrengst daarvan wordt op onze rekening gestort in afwachting van de afloop van het dossier.”

Nog een voordeel van deze formule is dat het voor het COIV, gelet op het aantal auto's dat elk jaar verkocht wordt (in 2024 alleen al waren dat er meer dan 800), veel gemakkelijker en praktischer is om geld te beheren in plaats van duizenden voertuigen.

Er moet worden opgemerkt dat voertuigen met verborgen ruimtes (bijvoorbeeld om drugs te smokkelen) uiteraard niet meer op de openbare weg mogen rijden en dus ter beschikking worden gesteld van de politie.

Ook andere soorten goederen, zoals cryptovaluta, worden zo snel mogelijk doorverkocht. “We moesten ons aanpassen aan de opkomst van bitcoins en andere virtuele valuta. Gezien het risico om met een ledger wallet (een fysieke oplossing om toegang te krijgen tot iemands vermogensbestanddelen) te werken en het feit dat de FOD Financiën het beheer of de verkoop ervan niet kon garanderen, moeten we dergelijke taken aan de privésector uitbesteden.”

Kunstwerken, juwelen, horloges, goudstaven en diamanten worden daarentegen opgeslagen op specifiek beveiligde bewaarplaatsen, zoals in bankkluizen of museumdepots, waar de staat van de goederen kan worden gewaarborgd.

Contant geld dat in beslag is genomen of verkregen werd door de verkoop van een goed, moet worden gestort op de rekening van het COIV, dat het in afwachting van een rechterlijke beslissing zal beheren. “Een procureur des Konings of een onderzoeksrechter kan na enkele maanden tot de conclusie komen dat de eigenaar van de in beslag genomen goederen niet verdacht wordt en kan beslissen om ze aan hem terug te geven (een beslissing die wij uitvoeren)”, aldus Walter Quirynen. “Is dit niet het geval blijft het geld bij ons totdat er een definitieve uitspraak is van de rechtbank of het hof van beroep. Bij een verbeurdverklaring wordt het geld eigendom van de Belgische Staat. Bij een teruggave of restitutie controleert het COIV of de eigenaar schulden aan de overheid heeft en kan het die inlossen via een wettelijke schuldvergelijking.”

Zo werd in 2024 meer dan 110 miljoen euro overgemaakt op de rekening van het COIV en ging er bijna 67 miljoen euro naar de Belgische Staat (zowel naar de federale overheid als naar de deelstaten).

Dit werkingsmodel wordt in andere landen met veel respect onthaald. “Vanuit het buitenland wordt er vaak met belangstelling naar ons systeem gekeken omdat we veel ervaring hebben”, benadrukt Walter Quirynen. “Er wordt ons dan ook geregeld om advies gevraagd en we ontvangen elk jaar buitenlandse delegaties.”

België was één van de eerste landen die in 2003 een orgaan zoals het COIV oprichtten, dat twee verschillende maar complementaire functies heeft, namelijk die van AMO (asset management office – beheer van de in beslag genomen vermogensbestanddelen) en ARO (asset recovery office – ontneming van vermogensbestanddelen).

De internationale samenwerking is echter nog veel breder en behelst ook onder meer de inbeslagnames die op verzoek van een ander land in België worden uitgevoerd.

“Indien mogelijk richten we ons tot de met het COIV vergelijkbare instanties die instaan voor de ontneming en de verkoop van vermogensbestanddelen", legt Catherine Lambert uit. “De opbrengst van deze verkopen wordt evenredig verdeeld over het land dat de inbeslagname uitvoert en het land dat erom heeft verzocht.”

Ook de situatie waarin België om een inbeslagname in het buitenland verzoekt, doet zich regelmatig voor. “Criminelen en misdadigers verstoppen hun bezittingen graag in het buitenland, maar ook weer niet té ver weg”, stelt Walter Quirynen vast. Er wordt in de praktijk dan ook vooral met Frankrijk en Nederland samengewerkt.

Doordat het COIV lid is van verschillende internationale groeperingen, zoals het door de Europese Commissie opgerichte platform ARO (dat trouwens regelmatig een beroep doet op de expertise van het COIV) en het Camden Asset Recovery Interagency Network (CARIN), een wereldwijd netwerk voor de ontneming van vermogensbestanddelen, verlopen de contacten met de collega’s uit andere landen gemakkelijker.

“CARIN is een vrij informeel netwerk voor informatie-uitwisseling”, voegt Catherine Lambert daaraan toe. “In theorie moet een verzoek om wederzijdse rechtshulp via de diplomatieke weg verlopen, wat nogal omslachtig is. Met dit systeem van communicatie via beveiligde mailboxen tussen de politiediensten kan er snel informatie worden verkregen over de mogelijkheid van een inbeslagname zowel binnen als buiten België.”

Daarom is het belangrijk dat vier leden van de federale politie fulltime bij het COIV aan de slag zijn. “Eén van hun opdrachten bestaat erin de verzoeken van de politiediensten die naar het buitenland moeten worden gestuurd (bijvoorbeeld om te vragen of een bepaalde verdachte een huis, bankrekeningen, enz. in het buitenland bezit) te centraliseren”, verduidelijkt Walter Quirynen. “Omgekeerd geldt hetzelfde: alle internationale verzoeken aan België (om na te gaan of een verdachte vermogensbestanddelen in België bezit) worden hier gecentraliseerd, waarna onze collega's van de politie dit verifiëren en het antwoord bezorgen aan het land dat erom verzocht.” België is een voorbeeld van samenwerking met andere landen.

In een politieke context waar de nadruk ligt op het terugvorderen van criminele vermogensbestanddelen (catch the money), blijft de centrale rol van het COIV zowel in België als in het buitenland meer dan ooit van uiterst belang.

Nieuws

Ander Nieuws