KortOM: Op de koffie met Fabrizio Antioco

Nieuws

De Albertina (of Koninklijke Bibliotheek van België) huisvest literaire werken, oude documenten, studie- en leeszalen en een cafetaria met uitzicht op het stadhuis en het Atomium, waar Fabrizio Antioco bij een kopje koffie (en een appel-kersensap) met ons zijn ervaringen deelt. De eerste substituut-arbeidsauditeur van Brussel doet enthousiast een boekje open over zijn taken, de relaties met de pers, de deontologie van de magistratuur en wat hem dagelijks motiveert.

Waarom koos je resoluut voor de Koninklijke Bibliotheek van België als locatie voor het interview?

Ik heb altijd van de Albertina gehouden, van de bijzondere sfeer die er hangt en het prachtige interieur (de architecturale buitengevels daarentegen...). Als student kwam ik hier al vaak studeren, maar ook nu nog kom ik op zaterdag liever naar hier om te werken, dan dat ik daarvoor naar het auditoraat ga. Ik kan me hier concentreren en kom tegelijkertijd andere mensen tegen. Kortom, ik voel me hier goed.

Hoe ben je in de magistratuur beland?

Na mijn rechtenstudie aan de ULB koos ik voor de balie. Na die ervaring als advocaat werkte ik vijf jaar in een ministerieel kabinet voor Hervé Hasquin. Nadien ging ik opnieuw aan de slag als advocaat voordat ik me toelegde op de magistratuur, wat ik al voor ogen had toen ik nog studeerde. Zowel de politiek als Justitie interesseerden me toen.

De politiek?

Vooral voor de grondleggers van Europa heb ik altijd veel respect gehad. Aan de ULB had ik een studentenkring opgericht (Union des fédéralistes européens) om conferenties en debatten te organiseren, waarbij ik de eer had persoonlijkheden zoals Simone Veil en Wilfried Martens te ontvangen. In één van de debatten stonden Etienne Davignon en de toenmalige voorzitter van de vakbond FGTB tegenover elkaar rond het thema ‘sociaal Europa’. Ik heb me als Europeaan, Belg en Italiaan altijd een wereldburger gevoeld. Mijn afkomst zit daar ongetwijfeld voor iets tussen, want naast de “vaders van Europa” zijn de anti-maffia-magistraten sinds mijn jeugd mijn grote voorbeeld. Ik denk daarbij aan Rocco Chinnici, Rosario Livatino, Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Het is onmogelijk om ze allemaal op te noemen. Na de moord op Giovanni Falcone, zijn echtgenote Francesca Morvillo en Paolo Borsellino in 1992 organiseerde ik een conferentie om de magistraten en ordehandhavers die bij de uitoefening van hun functie zijn omgekomen te herdenken. Voor deze gelegenheid zakte Antonino Caponnetto, die kan worden beschouwd als de ‘geestelijke vader' van Falcone en Borsellino, af naar de ULB. Ik denk dat daar mijn roeping ontstond, zonder mezelf natuurlijk met hen te willen vergelijken.

Je wilde dus graag magistraat worden, maar waarom dan niet bij het parket?

Aanvankelijk had ik inderdaad bij het parket gesolliciteerd, maar ondanks zeer gunstige adviezen werd ik niet geselecteerd. De voorkeur ging uit naar een collega die daar net haar gerechtelijke stage had afgerond, wat ik volkomen begrijp. Kort daarna ontmoette ik bij toeval een magistraat van het arbeidsauditoraat die me overtuigde om bij hen te komen werken, en dat heb ik me niet beklaagd.

Je bent ook persmagistraat. Was dat ook één van jouw ambities?

Ik heb me daarvoor geen kandidaat gesteld, maar de toenmalige korpschef vond dat ik me vlot kon uitdrukken en bood me de functie aan, die ik meteen aanvaardde, en daar ben ik uiteindelijk blij om. Het brengt natuurlijk extra werk met zich mee, maar het is een uiterst boeiende ervaring.

Omdat het je zichtbaar maakt?

Bekend zijn interesseert me niet. Bovendien kan dat net contraproductief zijn, zeker in mijn beroep. Wat me vooral boeit, is het contact met journalisten. Daarin zie ik twee voordelen. Enerzijds ervaar ik zo een andere werkomgeving en leer ik om de zaken in verband met Justitie vanuit een andere invalshoek te bekijken en anderzijds probeer ik boodschappen over te brengen zonder natuurlijk te raken aan de onafhankelijkheid van de journalisten. Dankzij deze functie kan ik belangrijke kwesties, zoals de arbeidsomstandigheden van artsen-specialisten in opleiding, arbeidsongevallen en de noodzaak van preventiemaatregelen, onder de aandacht brengen, hetgeen volgens mij bijdraagt tot een bewustwording die het algemeen belang ten goede komt.

Dat lijkt het perfecte plaatje...

Het is niet altijd even ideaal. Journalisten en persmagistraten dienen het algemeen belang, maar hun functies en verplichtingen zijn heel verschillend. Bovendien werken ze vaak onder tijdsdruk, hetgeen de relaties soms kan bemoeilijken. Elkaars verplichtingen kennen, helpt dan ook om elkaar beter te begrijpen.

De relatie tussen Justitie en de pers is één ding, maar hoe zit dat met de politiek?

Wat ik over de journalisten zei, geldt ook voor politici: ze vervullen een taak van algemeen belang. Idealiter worden dus vlekkeloze relaties nagestreefd, al zijn er soms misverstanden of meningsverschillen, maar dat is de normale gang van zaken in een democratie. Het is vooral belangrijk dat er een voortdurende dialoog plaatsvindt tussen de gerechtelijke en de politieke wereld. Helaas zijn er ook extreme situaties.

Hoezo?

Situaties waarin sommige politici de magistratuur aanvallen om zelf buiten schot te blijven. Als beginnend advocaat vond ik dit onderwerp al zeer boeiend. Ik schreef destijds een opiniestuk in Le Soir over de voortdurende aanvallen van Silvio Berlusconi op de magistratuur. Hij gebruikte de regering en zijn parlementaire meerderheid om wetten in zijn eigen belang op te heffen of te wijzigen, en dan vooral om niet zelf voor de rechter te hoeven verschijnen. Dat is gevaarlijk voor de democratie. Ook de recente aanvallen op het Internationaal Strafhof passen in die strategie. Er is ook een subtielere vorm van ondermijning, die erin bestaat hervormingen door te voeren of publieke debatten op gang te brengen onder het voorwendsel de werking van Justitie te verbeteren, terwijl de eigenlijke bedoeling erin bestaat om de gerechtelijke instellingen te verzwakken. De onafhankelijkheid van Justitie mag nooit in vraag gesteld worden onder het mom van een debat. Magistraten zijn niet uit eigenbelang onafhankelijk. Onafhankelijkheid is geen voorrecht, maar een essentiële garantie voor alle burgers.

Je stelde onlangs voor om in België een deontologische wachtdienst op te richten. Kan je daar meer uitleg over geven? Wat maakt een dergelijke dienst zo interessant?

Elke magistraat die te maken krijgt met een deontologische kwestie moet in real time ondersteuning kunnen krijgen. In Frankrijk is er de wachtdienst SAVD (Service d'aide et de veille déontologique), die bestaat uit drie voormalige leden van de Conseil supérieur de la Magistrature (één lid van de Zetel, één lid van het parket en één extern lid), waar magistraten telefonisch terecht kunnen met vragen over hun functies of privésfeer, waarbij er een strikt vertrouwelijke dialoog ontstaat. Als het dringend is, kan de magistraat op zeer korte termijn (soms nog dezelfde dag) een antwoord krijgen. Dit is naar mijn mening een uitstekend systeem, dat inspeelt op een reële behoefte, en ik vind dat er ook in België een dergelijke dienst zou moeten zijn. Meerdere Nederlandse collega's die ik heb gecontacteerd lieten me weten dat er in Nederland evenmin een gelijkaardige dienst bestaat.

Kan je een concreet voorbeeld geven?

Een magistraat die zich afvraagt of hij zich van een zaak moet onthouden of die wil weten of lid zijn van een bepaalde vereniging op deontologisch vlak problematisch zou kunnen zijn.

Worden magistraten niet verondersteld op de hoogte te zijn van de deontologie en die te beheersen?

Ja, maar de deontologie evolueert en is soms complex. Daarom bestaat het risico dat je vroeg of laat te maken krijgt met een moeilijke of ongemakkelijke kwestie, die je natuurlijk steeds aan je korpschef of aan een collega kan voorleggen, maar waarvoor ze misschien geen pasklaar antwoord hebben of die ook niet steeds beschikbaar zijn. Bovendien praat men hierover misschien liever niet met collega's die bij dezelfde instantie werken.

Hoe zou een dergelijke dienst concreet kunnen worden opgericht?

Er zijn twee mogelijkheden: ofwel neemt een organisatie, en dan denk ik - gelet op de bevoegdheden ervan - aan de Hoge Raad voor de Justitie, het initiatief om een deontologische wachtdienst op te richten, zoals dat in Frankrijk gebeurde, ofwel - en dat lijkt mij de meest geschikte optie - wordt een dergelijke dienst binnen de Hoge Raad voor de Justitie bij wet opgericht en worden daartoe de nodige middelen vrijgemaakt.

Je noemde zojuist de Hoge Raad voor de Justitie en zetelde zelf in de Adviesraad voor de magistratuur (ARM).

Ik ben inderdaad lid van de Hoge Raad voor de Justitie sinds februari 2025 en was van januari 2018 tot september 2024 achtereenvolgens plaatsvervangend lid, voorzitter en waarnemend voorzitter van de Adviesraad voor de magistratuur. Daarbij had ik het geluk om er tijdens mijn voorzitterschap te mogen samenwerken met wijlen Koenraad Moens, een bijzonder persoon.

Je bent duidelijk zeer actief. Is er nog ruimte voor vrije tijd?

Het is niet altijd makkelijk om mijn beroeps- en privéleven te combineren, maar ik ben geen uitzondering in de gerechtelijke wereld, noch daarbuiten. In mijn vrije tijd houd ik van citytrips, zowel in België als in het buitenland: steden ontdekken, er rondwandelen en musea en tentoonstellingen bezoeken.

Wat drijft je, wat maakt dat je professioneel zo dynamisch bent?

Ik doe graag wat ik doe, en dat is belangrijk, want het maakt heel wat dingen een stuk makkelijker. Bovendien ben ik altijd erg begaan geweest met het algemeen belang. Als tiener was ik erg onder de indruk van het optreden van anti-maffia-magistraten, hun gevoel voor het algemeen belang, de bereidheid om hun plicht tot het uiterste te vervullen, zelfs als dat hun eigen leven in gevaar bracht. Ik heb altijd al willen helpen, me nuttig willen maken en het leven van anderen vanuit mezelf proberen te verbeteren. Dat is volgens mij de plicht van ieder mens.

Hebben we het dan over verantwoordelijkheid?

Ja, in zekere zin wel. Een mens kiest niet zelf in welk tijdperk of in welk land hij geboren wordt. Leven in 2026 in een democratisch land als België is een echte kans, want we zijn vrij en hebben de mogelijkheid om gelukkig te zijn. Dat hebben we te danken aan voorgaande generaties. Ik heb altijd gevonden dat iedereen zijn steentje moet bijdragen voor zijn tijdgenoten, maar ook voor de toekomstige generaties. Het zou werkelijk egoïstisch zijn om zoveel te krijgen en niets terug te geven.

Nieuws

Ander Nieuws