Als hoofdsecretaris bij het parket van Bergen houdt Emmanuel Hallet dagelijks het reilen en zeilen van het parketsecretariaat mee op koers. Zodra de werkdag erop zit, trekt hij zijn wandelschoenen aan en volgt hij een heel ander pad: dat naar Santiago de Compostella.
Ondanks enkele wolken is de voet van de mijnterril Saint-Charles in Charleroi, waar we met Emmanuel Hallet hebben afgesproken, gehuld in felle zonnestralen. In de schaduw van de beruchte kolenmijn van Bois-du-Cazier begint een pad en onderaan de terril staat Emmanuel Hallet klaar voor de klim.
“Ik houd ervan om op de terrils te wandelen”, bekent hij. “Henegouwen keert zijn industrieel verleden niet de rug toe, dit is deel van het erfgoed. Als Carolo's omarmen we ons verleden, maar laat ons niet vergeten dat onze provincie ook heel wat groene plekjes kent. Ik wandel graag, dan kan ik mijn hoofd helemaal leegmaken. Ik concentreer me dan op mijn ademhaling, geniet van de landschappen en de geuren, en maak foto's. Echt zalig.”
Vandaag staat er niet veel op het programma: 2.000-2.300m klimmen. Te weinig om te zweten. “Wandelen, dat is voor mij eerder 20 tot 30 km stappen”, bekent hij. Voldoende om wat tijd door te brengen met een fervent wandelaar die in zijn loopbaan al veel van België heeft gezien.
Na zijn graduaat in de communicatie aan het IPSMa in Charleroi en tien jaar werkervaring in Luikse bouwbedrijven kwam hij nogal toevallig bij het Openbaar Ministerie terecht. “Mijn ex-vrouw, die al voor Justitie werkte, had me aangespoord om te solliciteren”, vertelt Emmanuel Hallet. “Ik werd opgeroepen door de hoofdsecretaris van het parket Brussel en ben op 1 februari 2003 als contractueel personeelslid (niveau D) met een vervangingscontract gestart bij Justitie op de afdeling Jeugd in Brussel. Helemaal onderaan de ladder.”
Vervolgens kwam hij terecht op het parket van Nijvel (in een team dat zich wijdde aan stadscriminaliteit) waar hij, na zijn opleiding tot secretaris-griffier met succes te hebben beëindigd, als adjunct-secretaris (niveau B) aan de slag ging. “Rond 2012 wilde ik me nog verder bijscholen en volgde ik een master in management van de non-profitsector in avondonderwijs (elke dag van 18.30 tot 21.30 uur, met examens en een eindwerk) om te kunnen solliciteren voor een functie van niveau A”, herinnert hij zich. “Toen ik mijn masterdiploma op zak had, vroeg ik om een overplaatsing naar Charleroi, waar ik terechtkwam op de afdeling verkeerscriminaliteit. In oktober 2017 wilde ik mijn diploma beter benutten en ben ik eerst naar Doornik en vervolgens ook naar Bergen getrokken.”
Het laatste hoofdstuk begon vorig jaar toen hij hoofdsecretaris werd bij het parket van Bergen-Doornik en zo Christian André opvolgde. “De hoofdsecretaris is als een Zwitsers zakmes: hij kan goed multitasken en moet zich voortdurend bijscholen, en dat bevalt me wel!”, glimlacht Emmanuel Hallet. “Ik verveel me nooit.” Al was het niet altijd even gemakkelijk...
“Aangezien er geen specifieke opleiding bestaat voor hoofdsecretarissen moeten we soms rekenen op de bijstand van collega's die al wat meer ervaring hebben”, merkt hij op. “Ik weet dat ik bij hen terecht kan voor advies of om specifieke problemen met betrekking tot dossiers of bepaalde procedures te bespreken. Gelukkig!”
Maar Emmanuel Hallet houdt ook buiten zijn werk van bewegen en gaat dus af en toe op reis (onder meer naar Argentinië, waar zijn vader woont). Komende lente staat er een weekendje Malaga op de planning en een trektocht in de Rozenvallei in Marokko... en Compostella.
Een pelgrimstocht die vier jaar geleden begon, nadat hij de scouts verliet, waar Renard (zijn totem) vele jaren als lid, leider en vervolgens als lid van het bestuur doorbracht. “Ik had al jaren het idee om naar Compostella te stappen”, herinnert hij zich. “Op een dag deed ik de deur open en vertrok. Als je naar Compostella wil, moet je gewoon vertrekken. Het is belangrijk om de eerste stappen te zetten. Als je eenmaal vertrokken bent, wil je steeds verder gaan, meer zien en ontdekken. We wandelen aan een rustig tempo, zo’n 4 km/uur.”
Die stappen brachten hem van Charleroi naar Namen, en vervolgens via de weg die vanuit Nederland naar Couvin, en dan Vézelay, naar beneden loopt, tot aan de Frans-Spaanse grens bij Saint-Jean-Pied-de-Port. In verschillende etappes, uiteraard.
“Ik vertrek telkens voor drie weken”, zegt hij. “Pas dan ben ik volledig losgekoppeld. Ik wandel alleen, heb mijn rugzak bij me en plan niets. Enkel de route heb ik uitgestippeld. Ik weet niet wanneer ik even zal stoppen of wat ik zal tegenkomen, en laat me leiden. Soms loop ik vijf uur door een bos zonder ook maar iemand tegen te komen, terwijl ik op een drukker pad de ene na de andere medereiziger ontmoet.”
Emmanuel Hallet neemt altijd zijn Miam Miam Dodo mee, de wandelgids bij uitstek waarin de slaapplaatsen en eetgelegenheden over de hele route zijn aangeduid, en zijn Credencial. Dit is een officieel document, een soort paspoort dat bevestigt dat hij een echte pelgrim is en waarmee hij toegang heeft tot een heel aantal herbergen. Voor elke tussenstop getuigen een stempel en een zegel van de afgelegde weg.
Op de terril slingert het pad omhoog tussen de vele berken die de heuvel bekleden. Een beeld dat doet denken aan de loopbaan van Emmanuel Hallet, die destijds bij het Openbaar Ministerie begon op niveau D en nu A4 is. “Het bewijs dat je bij Justitie nog steeds onderaan de ladder kan beginnen en kan opklimmen, zolang je je best maar doet”, benadrukt hij. “Je moet je kwaliteiten in de verf zetten, en daar moet je natuurlijk voor werken. Niets is vanzelfsprekend, je moet jezelf altijd in vraag blijven stellen.”
Is er een overeenkomst met wandelen? “Delen!”, aldus de hoofdsecretaris. “Zowel tijdens het wandelen als bij het parket kom je mensen tegen, deel je ervaringen en werk je samen. Dit alles zorgt ervoor dat je ideeën en projecten kan laten groeien.”
Hoewel Emmanuel Hallet een functie bekleedt waarin vaak beslissingen moeten worden genomen, bekijkt hij die met een zekere bescheidenheid: “Het is mijn verantwoordelijkheid om het secretariaat en het administratief personeel te verdedigen. Er kunnen zijn voor hen, dat is het belangrijkste. Ik zorg ervoor dat ze zich goed voelen op het werk en dat de werklast eerlijk verdeeld wordt. Dat alles geeft me de nodige voldoening om mijn rol als verantwoordelijke te vervullen. Ik hoop daarbij dat mijn boodschap juist overkomt. De tijden zijn veranderd, een dergelijke functie is niet meer zo ‘leidinggevend’ als vroeger. Zo werkt het vandaag de dag niet meer.”
De top van de kunstmatige heuvel is in zicht, net zoals Santiago de Compostella. De aankomst is gepland in 2027. “Deze zomer vertrek ik opnieuw vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port en volg ik in Spanje de noordelijke route langs de oceaan, die me het jaar daarop naar Compostella brengt”, voorspelt hij. “Daar wil ik dan doorlopen tot aan de kust en kilometer nul, nog eens honderd mijlpalen verderop. Terugkeren zal ik waarschijnlijk doen via de zuidelijke route, via Le Puy-en-Velay, en wie weet, misschien wel via Parijs. Daar denk ik nu al over na.”
Maar de reis is belangrijker dan de bestemming. “Dat merk je al snel. Na 300 à 400 km begin je te begrijpen dat er méér is. Ik probeer zelf niets te plannen, de etappes op hun beloop te laten en van de reis te genieten.”
Nog enkele stappen tot de top. Vanop het speciaal ingerichte platform heb je een indrukwekkend uitzicht van 360° over de regio. Emmanuel Hallet, de rust zelve, wijst naar de politietoren van Charleroi, en naar de Boucle noire, Couillet, Montignies-sur-Sambre, Jamioulx en zijn gevangenis, Loverval, Chatelet, Chatelineau...
Dé gelegenheid om een blik te werpen op zijn carrière, die haar hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt. “Ik ben nogal toevallig bij het Openbaar Ministerie beland en voel me hier helemaal thuis”, bekent hij. “Ik denk niet dat ik Justitie zal verlaten, zelfs al zouden er zich andere kansen voordoen. Werken bij het parket is ontzettend boeiend: we doen een beetje van alles, voeren verschillende taken uit en kunnen ons verder ontwikkelen. Ik heb altijd het geluk gehad dat men mij vertrouwde, dat ik de kans kreeg om projecten en ideeën uit te werken en procedures te herzien. Ik heb oplossingen voorgesteld en kreeg altijd carte blanche, zolang de doelstellingen maar werden behaald. Het was niet mijn eerste roeping, maar dat is het wel geworden.”